Posts tonen met het label alfabetisering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label alfabetisering. Alle posts tonen

maandag 3 maart 2014

Water in de Woestijn


Heel veel kinderen en hele lange rijen!!!! Als onderdeel van het belonen van hun klanten in Ghana, organiseerde een bedrijf een ‘Fun Fair’ voor kinderen in Tamale. Ze moesten alle speeltoestellen vanuit de hoofdstad Accra naar het noorden over de weg vervoeren; een reis van zo’n 12 uur. Er is maar één speeltuin in Tamale maar die is erg slecht onderhouden en heeft maar een paar speeltoestellen. Dus een gelegenheid als deze was als het vinden van ‘water in de woestijn’ voor de kinderen en het was nog gratis ook! Er waren veel te veel kinderen voor de speeltoestellen en de kinderen moesten dan ook uren in de rij staan om op hun beurt te wachten. Samuel en Micah waren ook van de partij.

Samuel en Micah

Samuel en Micah

Veel kinderen in dit deel van Ghana hebben helemaal geen speelgoed om mee te spelen om nog maar niet te praten over een speeltuin. Ze maken hun eigen speelgoed uit afval, stokken en stenen. Als ze geen bal hebben, vullen ze een plastic zak met zand en vormen er een bal van. De oudere kinderen die niet naar school gaan, zorgen voor de kleinere kinderen en zwerven soms over de straten van Tamale. Andere kinderen volgen hun moeders naar de markt waar ze hele dagen in de schaduw van de tafels, waarop hun moeders hun waren uitstallen, doorbrengen. Er was daarom maar weinig publiciteit nodig om heel veel kinderen naar de Fun Fair in Tamale te laten komen, zo’n gelegenheid laat je niet voorbij gaan.



Binnen ons alfabetiseringswerk en de activiteiten van de kerk maken we ook van de gelegenheid gebruik om deze kinderen te bereiken. Ze krijgen vaak weinig aandacht van volwassenen omdat hun ouders zo druk zijn met het genereren van inkomsten om in de basisbehoeften van het gezin te voorzien. Het kleine beetje aandacht en liefde die wij kunnen geven, samen plezier maken en hen nieuwe dingen leren helpt de kinderen te ontdekken dat ze talenten hebben en geliefd zijn.

zaterdag 9 november 2013

Zondagsschool

Elke zondag komt er een klein groepje kinderen naar de kerk. Meestal zijn we totaal met z’n zevenen, Samuel en Micah meegerekend. Het is een uitdaging om voor kinderen van verschillende leeftijden, achtergronden en talen een goede en boeiende les in elkaar te zetten. Op Samuel en Micah na hebben geen van de kinderen een Christelijke achtergrond. Er is dus helemaal niets vanzelfsprekend en alle verhalen zijn nieuw voor ze.


Een tijdje geleden bezocht ik de moeder van drie van de kinderen. Ze kwamen al een tijdje niet meer naar de zondagsschool. Er is op veel plaatsen in Tamale wantrouwen t.o.v. de kerk en we vermoedden dat dit dan ook de reden was waarom de kinderen niet meer kwamen. Gelukkig was de moeder blij ons te zien. We legden haar uit wat we tijdens de samenkomst doen en hoe de kinderen iedere zondagochtend veel kunnen leren. De moeder vertelde op haar beurt hoe moeilijk het is voor haar en haar man om de kinderen naar school te sturen. Tijdens het regenseizoen verlaat haar man Tamale om ergens een stuk land te bewerken. Door de snelle groei van de stad is er in Tamale niet voldoende land meer voor de boeren. Na het oogsten komt haar man naar huis. Soms helpen zij en de kinderen haar man op het land en verlaten ze Tamale voor een aantal dagen. Het droge seizoen brengt haar man voornamelijk in de stad door. Ze kunnen maar net rondkomen en hebben geen geld om een schooluniform en andere spullen voor de kinderen te kopen zodat ze naar school kunnen gaan.

Omdat vier van de kinderen die de zondagsschool bezoeken niet naar school gaan, valt het voor hen niet mee om een tijdje stil te moeten zitten en de les niet te verstoren. Maar gelukkig begin ik zo langzaam maar zeker m’n weg er in te vinden om iedereen in het gareel te houden en de kinderen vooral ook plezier te laten beleven aan de samenkomst. Het is verbazingwekkend hoeveel de kinderen tijdens de lessen opsteken, juist de kinderen die voor het eerst met de Bijbel geconfronteerd worden; ze kunnen de meeste verhalen navertellen en zelfs -spelen. Het is ook mooi om te ontdekken dat ondanks dat ik het gevoel heb dat er weinig ‘landt’ bij de kinderen, God’s Woord ook in die kleine kinderharten aan het werk gaat.


Elke zondag moeten we een programma van zo’n 3 uur verzorgen, dat is lang! Om de kinderen extra te stimuleren om te blijven komen, zijn we sinds kort ook begonnen met lees- en schrijfonderwijs als onderdeel van de zondagsschool. Ze leren nu de klanken van hun moedertaal en zijn begonnen met schrijfoefeningen. Het is erg leuk om te zien hoeveel plezier ze hieraan beleven. De kinderen zijn leergierig en willen maar wat graag, net als zoveel andere kinderen, naar school. We hopen hier als kerk een burgfunctie in te kunnen vervullen en te kijken of we de ouders kunnen aanmoedigen en helpen om uiteindelijk hun kinderen toch naar school te sturen.


Bid voor deze kinderen dat ze geraakt zullen worden door God’s liefde. Bid ook voor creativiteit, geduld en wijsheid in het leiden van de zondagsschool. Bid voor nieuwe en enthousiaste leiders die me hierbij kunnen helpen.

donderdag 31 mei 2012

Een Zegen Oogsten

Een week of twee geleden reisde ik (Joke) alleen met de auto van Yendi naar Tamale. Onderweg, in één van de dorpen, zag ik Moses langs de weg staan die op een bus wachtte. Moses is één van de kinderleiders van de kerk en uiteraard stopte ik om hem een lift te geven. Hij was ook op weg naar Tamale om zijn broer die daar in het ziekenhuis lag te bezoeken. Buiten het feit dat het voor Moses fijn was om met iemand mee te kunnen rijden (je weet in Ghana nooit of en wanneer er een bus langskomt), vond ik het ook erg gezellig om wat aanspraak te hebben. We raakten aan de praat en Moses vertelde me veel over zichzelf, dingen die ik niet eerder gehoord had. Het verhaal van Moses, is waarschijnlijk het verhaal van vele jonge mensen in dit deel van Ghana. Het byzondere van zijn verhaal is zijn rotsvaste geloof en toewijding aan God.

Kinderen van de zondagsschool

Moses vertelt: ‘Toen ik nog een klein jongetje was, overleed eerst mijn vader. Kort daarna overleed ook mijn moeder. Mijn broers en zussen werden “verdeeld” over de gezinnen van de twee broers van mijn vader die de verdere zorg voor ons op zich namen (een heel normaal gebruik hier). De oom bij wie ik in huis woonde, was naar school geweest en hij ondersteunde mij daarom ook in onderwijs. Na een aantal jaren overleed ook deze oom. De andere kinderen die bij deze oom woonden en ik, kwamen nu allemaal bij de enige nog overlevende broer van mijn vader terecht. Een hele verantwoordelijkheid voor deze man en uiteraard ook een enorme last. Ik had inmiddels het basisonderwijs afgerond en zat in de eerste klas van het voortgezet onderwijs. De andere kinderen van het gezin waar ik toen bij woonde gingen niet naar school maar werkten allemaal op het land. Ik wilde echt heel graag verder leren en deed mijn uiterste best om dat mogelijk te maken maar mijn broers werkten tegen. Ze zeiden tegen me: “Als je niet ook op het land komt werken, krijg je geen eten meer.” In eerste instantie trok ik me hier niet zoveel van aan maar mijn broers voegden daad bij woord. Ze vertelden onze ‘nieuwe’ moeder om geen eten meer voor me te koken. ’s Middags als ik uit school kwam, stond er geen eten voor me klaar. Ook ’s avonds was er niets te eten voor me. ’s Ochtends vertrok ik met een lege maag naar school. Ik hield dit drie dagen vol maar gaf toen in en sindsdien heb ik op het land gewerkt. Dat was het eind van mijn droom wat onderwijs betreft. Hoewel dit uiteraard een enorme teleurstelling was, heb ik me vol overgave toegelegd op het werken als boer en omdat ik zelf zo graag wilde leren, doe ik er alles aan om kinderen in mijn dorp verder te helpen.’

Zondagsschool Moses

Moses vertelt vol overgave van zijn drie passies: werken op het land, alfabetisering en zondagsschoolwerk. Hij houdt van het werken op het land, is een goede boer en kan daardoor zijn jonge gezin en andere familieleden van voedsel en inkomsten voorzien. Maar hij houdt ook van zijn taal en leert de jonge mensen en vrouwen van de kerk lezen en schrijven. Hij houdt van het Woord van God en kinderen en vol overgave geeft hij iedere zondagochtend les aan de kinderen van de zondagsschool in zijn dorp, traint hij op eigen initiatief nieuwe kinderleiders en reist hij naar omliggende dorpen om dat enthousiasme aan anderen over te brengen en ook hen bij het kinderwerk te helpen.

Kinderen van een andere dorpskerk die nog geen zondagsschoolleider hebben

Sommige kinderen die op de ‘zondagsschool van Moses’ gezeten hebben, zitten nu op het voortgezet onderwijs, zijn leerkracht of volgen een universitaire opleiding. Iedere keer als ze het dorp bezoeken, komen ze naar Moses om hem te groeten. Een teken van respect voor hem en een erkenning van de rol die hij in hun leven gespeeld heeft. ‘Wie ben ik?’, vraagt hij, ‘dat ze naar mij toekomen? Ik heb nooit iets geleerd, ik ben maar een eenvoudige boer!’

Ik word er helemaal warm van als ik Moses zo vol enthousiasme hoor praten, wat een toewijding en liefde voor God en de mensen om hem heen. We horen mensen vaak het volgende zeggen, ‘Wat heeft het leven mij te bieden?’ Het is een vraag die vooral door mensen gesteld wordt die voornamelijk aan zichzelf denken. Maar als gelovigen moeten we de volgende vraag stellen: ‘What heb ik anderen in het leven te bieden?’

‘Laten we nooit ophouden met goed doen, want na verloop van tijd zullen wij de zegen ervan oogsten, als wij het tenminste niet opgeven. Daarom moeten wij altijd as we daarvoor de gelegenheid hebben, voor iedereen goed en vriendelijk zijn, in het byzonder voor onze medechristenen.’ (Gal. 6:9-10). Mogen we allemaal bemoedigd worden door het levensverhaal en enthousiasme van Moses en de oproep vanuit de Bijbel om nooit op te geven het leven van mensen aan te raken die God op ons pad brengt.  

Bid voor:
  • Moses en alle andere zondagsschoolleiders, dat God hun kracht, wijsheid en enthousiasme geeft om het Evangelie met kinderen uit hun dorpen te delen.
  • Moses' broer, Solomon, die ernstig ziek is (nierziekte), de artsen kunnen hier niet veel voor hem doen.
  • Abukari die vandaag (30 mei) naar Amerika reist waar hij een training van de 'Global Proclamation Academy' (Dallas Theological Academy) bijwoont. Hij hoopt 25 juni naar Ghana terug te keren.
  • Joke en de jongens nu Abukari voor langere tijd van huis is.

maandag 13 juli 2009

Ontdekkingstocht

Gedurende de afgelopen vier weken leefden en werkten twee leden van het 'Wycliffe Discovery Team - Ghana' met ons; Cynthia (Amerikaans) en Andrea (Tsjechisch). Ze hielpen het alfabetiseringsproject met de uitvoering van een gender analyse. Één van de doelen van hen was om te ontdekken hoe zijzelf mogelijk in de toekomst in zending gebruikt kunnen worden.

'Cynthia en Andrea ontdekken het plezier van dansen met vrouwen in de kerk'

Ze schrijven over hun indrukken en ervaringen:

Cynthia:
Nadat ik lang nagedacht heb over de ervaringen die ik in Yendi en elders in Ghana opgedaan heb en de ontmoetingen met de mensen hier, ben ik er zeker van dat alle omstandigheden die er toe leidden dat ik met Joke en het personeel van het alfabetiseringsproject zou gaan werken, door God bedacht en gepland is. Elke dag ontdek ik meer van God’s hart voor de Ghaneze mensen en hoe hij ook mijn hart verandert nu ik de mensen in en rondom Yendi begin te kennen. De gastvrijheid en vrijgevigheid die Andrea en ik ervaren hebben tijdens onze bezoeken aan verschillende dorpen was erg byzonder. Toen ik op televisie zag hoe de hele hoofdstad Accra zich opmaakte om mijn Amerikaanse president te ontvangen werd ik me ervan bewust dat deze vorm van gastvrijheid die deel uitmaakt van de Ghaneze cultuur, zich kan uitbreiden van een typisch Ghanees huishouden tot een hele natie! Nadat we verschillende mensen geïnterviewd hadden, heb ik ook ontdekt dat er nog enorm veel werk te doen is als het gaat om in het byzonder gelijkheid tussen mannen en vrouwen, water en sanitaire voorzieningen, gezondheid, alfabetisering en economische ontwikkeling in het Noorden van Ghana.

Ik hoop in contact te blijven met het alfabetiseringsproject, ik heb vooral passie ontwikkeld voor het werk dat onder vrouwen gedaan wordt. Ik hoop binnen een aantal jaren terug te keren naar Ghana, misschien voor een bezoek of om er te werken. Ik denk nu over mogelijke banen waar ik meer ervaring kan opdoen in zaken die te maken hebben met ontwikkelingswerk. Mijn gebed voor mijn vertrek en tijdens mijn verblijf in Ghana was dat God me niet alleen zou helpen te ‘overleven’ maar dat ik hier zou gedijen. Ik ben zo dankbaar dat hij mijn gebeden beantwoord heeft. Ik heb nieuwe vriendschappen ontwikkeld met mijn gastfamilie, kantoorpersoneel en vrienden van Joke en Abukari. Ik ben Abukari en Joke dankbaar dat ze hun huis voor ons geopend hebben en ons iets hebben laten proeven van het leven van zendelingen, waar ik overigens erg van genoten heb.

'Cynthia ontdekt dat calabashes ook aan bomen kunnen groeien'

Andrea:
Voordat ik deze reis maakte, wist ik niet wat ik zou gaan doen. Ik had het moeilijk toen ik in Ghana arriveerde omdat mijn Engels heel beperkt is. Het was moeilijk om mijn Amerikaanse teamleden te begrijpen en daarnaast degenen die Ghanees-Engels spreken. Ik heb voortdurende gebeden dat God me zou helpen om de mensen om me heen te begrijpen. Nadat ik een week met Cynthia in Yendi doorgebracht had, vond ik het wat gemakkelijker om eenvoudige conversatie in het Engels te voeren.

Ghana is een prachtig land. Ik ben dankbaar dat ik deel uit mocht maken van het leven van Abukari en Joke, ze deelden hun tijd en middelen met ons. Door een tijdje met hen te leven, heb ik een idee gekregen van hoe het leven van zendelingen eruit ziet. De tijd die ik doorgebracht heb in de dorpen en vragen te stellen over zaken die te maken hebben met gelijkheid tussen mannen en vrouwen, culturele normen, tradities, etc. is ook een enorm verrijkende ervaring voor mij geweest. Daarnaast heb ik ook geholpen met het vertalen van zondagschoolmaterialen van het Nederlands naar het Dagbani en Likpakpaaln.
Elke dag dank ik God voor het feit dat ik met zoveel plezier in Ghana mag zijn. Deze ervaring heeft echt mijn leven veranderd, mijn ogen zijn geopend voor nieuwe dingen, mensen, culturen en talen. Als ik terugga naar huis wil ik me erop toeleggen om voor Ghana, Yendi, het alfabetiseringsproject, en Abukari en Joke te bidden omdat zij mijn leven op een hele nieuwe manier beinvloed hebben. Maar bovenal wil ik onze almachtige God danken.

'Ontdekken dat het leven van zendelingen ook heerlijk ontspannend kan zijn'

'Andrea leert Cynthia fietsen als onderdeel van de "ontdekkingstocht"'

zaterdag 25 oktober 2008

Impact

Afgelopen week hadden we een consultant uit Nederland op bezoek om met het team van het Alfabetiseringsproject te kijken naar de wijze waarop we projectactiviteiten evalueren en ook om ons Strategisch Plan enigszins te herzien. Het waren goede maar tegelijkertijd ook lange planningssessies. Omdat we als project veel met donoren werken, worden er bepaalde eisen gesteld aan hoe we evalueren, rapporteren en uiteindelijk de impact van ons werk meten. Natuurlijk is het ook erg belangrijk voor onszelf om te weten of we op de juiste weg zjin en of we met ons project ook werkelijk bereiken wat we ons tot doel gesteld hebben. Toch is het moeilijk, je kunt niet alles meetbaar maken. Want zeg nou zelf, hoe meet je bij iemand de impact die het verkrijgen van lees- en schrijfvaardigheden op zijn leven heeft.

'planningssessie met het team van het Alfabetiseringsproject'

Een van onze leerlingen zei eens, na het behalen van een diploma: “Wat ik geleerd heb, is niet te koop in de markt. Zelfs al zou iemand mijn diploma afpakken, dan is wat ik geleerd heb nog steeds deel van mij.” De zelfwaardering en het zelfvertrouwen dat iemand verkrijgt door het kunnen lezen en schrijven is onbeschrijvelijk. Niet meer een vingerafdruk onder een document te hoeven zetten maar je eigen naam te kunnen schrijven, geeft een gevoel van trots en eigenwaarde.

'alfabetiseringsklas in actie'

Het zijn ook vaak de leden van een alfabetiseringsklas die het opnemen voor andere mensen binnen een dorpsgemeenschap. Mbanaayili is een dorp ongeveer 14 kilometer van Tamale. Sinds een paar jaar is er een ‘National Health Insurance Scheme’ (Nationale Gezondheidsverzekering) operatief in Ghana. Het is special bedoeld voor de armere mensen in de afgelegen gebieden. Maar de inwoners van dit dorp net als zovele anderen, namen geen deel aan dit programma omdat ze niet goed begrepen hoe het werkte. Op een avond, tijdens één van de sessies van de alfabetiseringsklas in dit dorp kwam de gezondheisverzekering ter sprake. Aan het eind van de discussie besloot men om het dorp bijeen te roepen voor een vergadering en daarbij een afgevaardigde van de gezondheidsverzekering uit te nodigen om hen meer over de verzekering te vertellen. Na deze vergadering raakten veel mensen geinteresseerd om zich voor de verzerking te registreren maar nu deed zich een ander probleem voor. Voor de vrouwen en de ouderen was de afstand naar het dichtstbijzijnde kantoor te groot. Het dorp stelde daarom voor om een aantal registratieformulieren bij de leerlingen van de alfabetiseringsklassen achter te laten zodat zij zouden kunnen helpen met het invullen ervan. De afgevaardigde ging akkoord en degenen die aangesteld werden om te helpen met de registratie werden er zelfs nog voor betaald ook!! Vandaag hebben 160 van de 200 huishoudens in dit dorp zich geregistreerd voor de verzekering en hebben ze mede dankzij alfabetisering makkerlijker toegang tot gezondheidszorg. Dit is slechts een voorbeeld van wat de voordelen van alfabetisering zijn en watvoor impact het kan hebben op de levens van mensen.

'vrouwen bespreken problemen in hun dorp'

dinsdag 23 september 2008

Een beker schoon drinkwater!

Ik verzeker je: wie jullie een beker water te drinken geeft omdat jullie bij Christus horen, die zal zeker beloond worden.’
(Marcus 9:41)

Binnen ons Literacy & Development Programme (Alfabetiserings en Ontwikkelings Programma, LDP), onder het Dagomba volk is een nieuwe afdeling opgericht – ‘Community Development Department’ (afdeling voor de ontwikkeling van dorpsgemeenschappen). Deze afdeling houdt zich vooral bezig met de identificatie van andere ontwikkelingsbehoeften in de gemeenschappen naast alfabetisering van volwassenen. De identificatie van deze behoeften helpt ons om ons alfabetiserings- en ontwikkelingsprogramma;s effectiever te maken door te zorgen voor een uitgebreide en duurzame benadering van armoedebestrijding en ontwikkeling.

Het doel van LDP is dat de mensen die deelnemen aan onze alfabetiseringsklassen zich bewust worden van hun eigen ontwikkelingsbehoeften en hen te stimuleren om zelf activiteiten te ontplooien voor individuele maar ook dorpsontwikkeling en daarnaast hulp te vinden bij andere ontwikkelingsorganisaties. We willen graag dat zij levende bewijzen worden van hoe alfabetisering kan leiden tot positieve verandering; door ontwikkelingsactiviteiten te koppelen aan ons alfabetiseringsprogramma zal men zich bewust worden en zich realiseren hoe alfabetisering een sleutel is voor verdere bevordering op elk terrein van de basisbehoeften.

Eerder dit jaar heeft de afdeling een eenvoudig basis onderzoek uitgevoerd in 20 van de dorpen waar LDP werkt. Het doel van dit onderzoek was om enige basisbehoeften van de dorpen in kaart te brengen en te classificeren. Dat, naast de onderwijsbehoefte waaraan LDP door de jaren heen al deelnam. In totaal namen 1226 mensen hieraan deel. Het onderzoek onthulde dat veel van de basisbehoeften direct verbonden waren met gezondheid, water en sanitatie, landbouw, emancipatie en onderwijs.

'typisch Dagomba dorp'

In elke gemeenschap waar het basisonderzoek werd uitgevoerd, werd een Community Development Facilitator (iemand die de ontwikkeling van de dorpsgemeenschap begeleidt - CDF) aangesteld, om de ontwikkeling van de gemeenschap én emancipatie gerelateerde programma’s van het LDP te begeleiden. Er werd voor hen een trainingsprogramma van 4 dagen opgezet waarin gemeenschaps ontwikkelingsdoelen zoals gezondheid, water en sanitatie, landbouw, conflictbeheersing, het stichten van vrede en de rol van de leiders van de gemeenschap bij de ontwikkeling werden besproken.

Hierop werd een vervolgworkshop voor de CDF’s georganiseerd over schoon drinkwater en sanitatie. In Ghana moeten veel mensen drinkwater halen uit rivieren of waterreservoirs. Enkele dorpen hebben putten maar die kunnen vaak opdrogen in het droge seizoen, of het mechanisme gaat stuk en de mensen moeten ergens anders water halen. Het gebruik van water uit rivieren of reservoirs voor drinkwater vormt een gevaar voor de gezondheid van mensen omdat het vervuild kan zijn en als het niet goed behandeld wordt voordat men het drinkt kan het ziekten veroorzaken.

'drinkwater halen uit rivieren'

In de workshop werden de CDF’s gewezen op de gevaren van water drinken uit bronnen die niet schoon zijn en aan hen werden daarna verschillende methoden geleerd om het water vóór het drinken te behandelen. Eén van de manieren om water te behandelen is filteren voordat men het drinkt, zodat voorkomen wordt dat men de guinea worm (draadworm) ziekte krijgt.

Aan het eind van deze workshop kregen de CDF’s de opdracht om een trainingsprogramma van 8 weken (één les per week) op te zetten over water en sanitatie voor de mensen in hun dorp en ze kregen in totaal 200 filters om mee te nemen naar hun dorpen en daar te demonstreren wat ze geleerd hadden. Het deed ons goed te horen dat in totaal 400 mannen en vrouwen in de 20 dorpen waar de CDF’s vandaan kwamen, hebben deelgenomen aan deze cursus van 8 weken en uiteindelijk 230 van hen een certificaat hebben gekregen. Uit een vervolgonderzoek in elk van de dorpen bleek dat de huishoudingen die een waterfilter hadden gekregen daar goed gebruik van maken.

'uitdelen van certificaten'

We zijn erg dankbaar dat door jullie gebed en door de financiële ondersteuning we het Dagomba volk een ‘beker schoon drinkwater’ kunnen bieden. Jullie kunnen zich voorstellen dat in dit hete en stoffige klimaat dit echt verfrissend is. Deze nieuwe strategische ontwikkeling van het LDP vereist echter nieuwe financiële ondersteuning. Tot nu toe hebben we ongeveer 60% van de begroting voor 2008 kunnen krijgen, en daarom zijn we erg beperkt in de uitvoering van onze plannen. Wilt u met ons bidden om meer organisaties/partners die ons willen helpen om de armoede in deze gemeenschappen te verlichten.

Dank God voor:

  • schoon drinkwater(!). Voor velen van ons is het zo gewoon en gemakkelijk om eraan te komen dat we het niet eens waarderen.

  • de gelegenheid die we hebben om de liefde van Christus met mensen te delen door alfabetisering en ontwikkelingsactiviteiten

  • de velen die samenwerken met ons alfabetiseringsprogramma en die bereid zijn om anderen in hun gemeenschap te onderwijzen en op te leiden

Bid voor:

  • dat de velen die we ontmoeten en opleiden iets zullen ervaren van de liefde van Christus door wat wij doen

  • dat wat de mensen leren echt van nut is voor hen en hen helpt om te zorgen voor hun basisbehoeften en ook voor die van vele anderen

  • dat andere organisaties naast ons programma gaan staan om de armoede van de mensen te verlichten ook op andere terreinen dan scholing

  • meer partners die ons alfabetiseringsprogramma mee willen financieren

woensdag 17 september 2008

Wie we zijn en wat we doen

Het is inmiddels zo'n dertien jaar geleden dat Joke richting Ghana vertrok. Ze werd uitgezonden door de Baptisten Gemeente Hoogeveen en werkt voor Wycliffe Bijbelvertalers in een alfabetiseringsproject onder de Dagomba mensen in het noorden van Ghana. In het gebied waar Joke werkt, is slechts zo'n 5% van de mensen Christen; het analfabetisme onder volwassenen ligt rond de 80%. Aangesproken door de woorden in de brief aan de Romeinen ‘Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in wie zij niet geloofd hebben? Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder prediker?’ voelde Joke dat God haar riep om betrokken te raken bij juist dit werk.

In Dagbani is een spreekwoord dat zegt: ‘Zilinsi ngmani yung, bangsim nye neesim’, wat betekent: ‘onwetendheid is als de nacht, wijsheid is als licht.’ Door alfabetiseringswerk wordt het woord van God toegankelijk voor de Dagomba’s en schijnt er licht in hun duisternis. Alfabetisering leidt ook tot het vergaren van veel andere kennis over bijvoorbeeld gezondheid, landbouw, handel, cultuur, hygiene, enz. Ook deze kennis is belangrijk voor de Dagomba’s om zich verder te kunnen ontwikkelen en hun leefsituatie te verbeteren. Woord en daad gaan daarom ook binnen het alfabetiseringsprojekt samen. Het geleerde wordt in praktijk gebracht in het leven van alledag maar ook in kleinschalige ontwikkelingsprojekten. Door de mensen te helpen zich verder te ontwikkelen en hun noden te verlichten, wordt er een brug geslagen om hen ook over God te vertellen.

Joke werkt nauw samen met de veelal kleine Dagomba kerken die in het gebied gevestigd zijn. Die samenwerking bracht haar in contact met dominee Abukari met wie ze in Juni 2000 trouwde. Omdat het analfabetisme in het gebied zo groot is, zijn ook onder de leden van de kerkjes maar weinig mensen die onderwijs genoten hebben. Om de kerkjes levensvatbaar te maken is onderwijs en training van zowel leden als leiders daarom erg belangrijk. Abukari begeleidt zo’n 20 kerkjes van de ‘Bible Church of Africa’ in het gebied rond Yendi en traint haar leiders en leden. Hij leidt ook een Bijbel Correspondentie Cursus van de organisatie ‘Çall of Hope’, die gevestigd is in Tamale.

We worden altijd bemoedigd als we zien hoe de jonge Dagomba christenen zonder veel theologische kennis getuigen van Gods kracht en aanwezigheid in hun leven; zijn bescherming, hulp, genezing en bevrijding. De essentie van het werk is niet het feit dat wij (Abukari en Joke) zijn uitgezonden, maar dat God genadig is en dat zijn standvastige liefde nooit ophoudt en geen grenzen kent. God is de God van de hele wereld en de werkelijke zendeling is God Zelf.

We hebben twee kinderen, Samuel (2005) en Micah (2007).