Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen

maandag 3 maart 2014

Water in de Woestijn


Heel veel kinderen en hele lange rijen!!!! Als onderdeel van het belonen van hun klanten in Ghana, organiseerde een bedrijf een ‘Fun Fair’ voor kinderen in Tamale. Ze moesten alle speeltoestellen vanuit de hoofdstad Accra naar het noorden over de weg vervoeren; een reis van zo’n 12 uur. Er is maar één speeltuin in Tamale maar die is erg slecht onderhouden en heeft maar een paar speeltoestellen. Dus een gelegenheid als deze was als het vinden van ‘water in de woestijn’ voor de kinderen en het was nog gratis ook! Er waren veel te veel kinderen voor de speeltoestellen en de kinderen moesten dan ook uren in de rij staan om op hun beurt te wachten. Samuel en Micah waren ook van de partij.

Samuel en Micah

Samuel en Micah

Veel kinderen in dit deel van Ghana hebben helemaal geen speelgoed om mee te spelen om nog maar niet te praten over een speeltuin. Ze maken hun eigen speelgoed uit afval, stokken en stenen. Als ze geen bal hebben, vullen ze een plastic zak met zand en vormen er een bal van. De oudere kinderen die niet naar school gaan, zorgen voor de kleinere kinderen en zwerven soms over de straten van Tamale. Andere kinderen volgen hun moeders naar de markt waar ze hele dagen in de schaduw van de tafels, waarop hun moeders hun waren uitstallen, doorbrengen. Er was daarom maar weinig publiciteit nodig om heel veel kinderen naar de Fun Fair in Tamale te laten komen, zo’n gelegenheid laat je niet voorbij gaan.



Binnen ons alfabetiseringswerk en de activiteiten van de kerk maken we ook van de gelegenheid gebruik om deze kinderen te bereiken. Ze krijgen vaak weinig aandacht van volwassenen omdat hun ouders zo druk zijn met het genereren van inkomsten om in de basisbehoeften van het gezin te voorzien. Het kleine beetje aandacht en liefde die wij kunnen geven, samen plezier maken en hen nieuwe dingen leren helpt de kinderen te ontdekken dat ze talenten hebben en geliefd zijn.

woensdag 9 oktober 2013

Impressie van de afgelopen weken

Tijdens de afgelopen weken hebben we genoten van een vakantie en retreat in Duitsland. We waren uitgenodigd door de Duitse partnerorganistie met welke Abukari samenwerkt. We hebben genoten van een heerlijke vakantie, zijn geïnspireerd door samen God’s Woord te openen en te horen over het werk dat door de organisatie in veel landen gebeurt om mensen met het evangelie te bereiken. We mochten gebedspartners ontmoeten en hadden een kort weerzien met familie. Op 8 september keerden de jongens en ik (Joke) weer terug naar Ghana. Abukari heeft nog twee weken lang presentaties verzorgd voor partners in Duitsland over het werk dat we hier in Ghana mogen doen en op 22 september weer in Ghana aangekomen. Al met al een goede tijd om op terug te kijken en verfrisd om vol goede moed weer aan de slag te gaan. Wat impressies van de afgelopen weken:



De vuurtoren van Hindensee


De Baltische Zee is wel heel wat kouder dan de Atlantische Oceaa maar je kunt er net zoveel plezier hebben!


Nieuwe vrienden maken

maandag 17 juni 2013

‘Hoe liefelijk zijn de voeten van hen, die een goede boodschap brengen’

De opdracht om het goede nieuws te preken kan op verschillende manieren uitgevoerd worden. Jezus heeft ons de opdracht gegeven om aan arme mensen het goede nieuws te brengen, om aan gevangenen vrijlating te verkondigen, aan blinden het gezicht en om de verbrokenen heen te zenden in vrijheid.

Abukari schrijft over hoe de realiteit van Romeinen 10:15 opeens tot een vrouw doordrong tijdens een kerkdienst een paar weken geleden.

Één van de taalgroepen met welke we werken zijn de Konkomba. Jarenlang hebben de Konkomba mensen de traditionele praktijk van het ‘uithuwelijken’ gehandhaafd. Als een man wil trouwen met een vrouw van een bepaalde familie moet hij één van zijn zussen in ruil geven aan de familie waarvan hijzelf zijn bruid heeft genomen. Deze zus wordt uitgehuwelijkt aan de hele familie van de bruid in afwachting van iemand van het mannelijk geslacht die interesse heeft om die jonge vrouw te trouwen. Of de vrouw die uitgehuwelijkt is, ook interesse en liefde heeft voor de man die haar wil trouwen is in dit geval niet belangrijk. Ze moet de beslissing van de familie accepteren. Soms is het meisje dat uitgehuwelijkt is nog erg jong en hoort ze pas op latere leeftijd dat de familie haar uitgehuwelijkd heeft. De man die onderhandelt over het meisje voor één van de mannelijke leden van de familie, weet op dat moment lang niet altijd aan wie het meisje uiteindelijk uitgehuwelijkt zal worden.

Volgens de Ghaneze wet, hebben vrouwen het recht om zelf te kiezen met wie ze trouwen en is deze traditionele praktijk dus een inbreuk op de rechten van de jonge vrouwen. Helaas zijn er nog Konkomba die denken dat hun cultuur boven de wet staat. Het implementeren van deze wet heeft daarom soms tot gevolg dat spanningen tussen dorpen en families flink kunnen oplopen en de politie er bijgeroepen moet worden om de meisje te redden van een gedwongen huwelijk. Sommige ouders sturen bewust hun dochters niet naar school omdat ze bang zijn dat onderwijs een negatief effect zal hebben op het in stand houden van het ‘uithuwelijken’. Daarentegen horen we gelukkig ook steeds meer stemmen die vinden dat er een eind moet komen aan deze praktijk.

Het evangelie heeft vooral in het begin de praktijk rondom het uithuwelijken gecompliceerd. Jongens en meisjes die Christen werden, vonden dat ze niet meer tot een huwelijk gedwongen konden worden. Ze wilden niet met iemand trouwen die een andere religie aanhing en zelfs al was de man aan wie het meisje uitgehuwelijkt werd Christen, het meisje geloofde dat ze het recht en de vrijheid had om haar eigen keuzes te maken. De meisjes (en jongens) wilden bevrijd worden van bepaalde culturele praktijken die een negatief effect hebben op hun leven zouden hebben en dat is precies wat het Evangelie deed en doet. Net als onderwijs, zagen sommigen het Christendom dan ook als een bedreiging voor het in stand houden van traditionele gebruiken.

Als kerk hebben we daarom vele gesprekken gevoerd met leiders van dorpen en opinieleiders om hierover te praten en om duidelijk te maken dat meisjes niet langer tot een huwelijk gedwongen kunnen worden. De kerk heeft ook vele keren als mediator opgetreden waar de spanningen tussen families hoog opliepen en meisjes zelfs werden ontvoerd door families aan wie ze uitgehuwelijkt waren. Langzamerhand zien we dat het aantal gedwongen huwelijken afneemt en de praktijk van het uithuwelijken uitsterft, dit tot grote opluchting en blijdschap van veel meisjes en jonge vrouwen.


'Kerkelijk huwelijk'


Tijdens een kerkdienst, las een vrouw uit Romeinen 10:15 en vol enthousiasme begon ze hardop te lezen zodat iedereen het kon horen. Ze riep uit: ,,Ik dank God voor het leven van de kerk. Ik was slachtoffer van een gedwongen huwelijk maar Godzijdank, mijn kinderen hoeven zich niet langer te onderwerpen aan deze onwaardige praktijk. Ja, ‘Hoe liefelijk zijn de voeten van hen, die een goede boodschap brengen.’ Als het evangelie niet naar ons dorp gebracht zou zijn, zouden we niet bevrijd zijn van dit traditionele gebruik.”

Bid dat het Goede Nieuws alle aspecten van de cultuur zal binnendringen en de mensen zal bevrijden van de schandelijke en schadelijke praktijken ervan, ruimte makend voor een volledige hervorming van mens en maatschappij tot de glorie van God.

maandag 25 februari 2013

Hij vertrok als een ‘lone-ranger’ maar laat een serie padvinders achter

Wat hebben een ‘lone ranger’ en padvinders te maken met het Evangelie? In 1998, gaf Abukari gehoor aan God’s roeping en verhuisde hij naar Yendi om de eerste generatie kerken aldaar te helpen in hun groei als kerken en specifiek in leiderschap. Abukari was een ‘lone-ranger’ in de zin dat hij betrokken was bij heel veel activiteiten; van preken en lesgeven, van counselling tot het inzegenen van huwelijken, van leiderschapstraining tot discipelschap, van ambulance chauffeur (zieke mensen vervoeren op de motor) tot apotheker, van dominee tot ontwikkelingswerker ... en alle andere activiteiten die gedaan moesten worden om het lichaam van Christus te laten groeien. In die eerste jaren startte er geen enkel programma of samenkomst zonder zijn aanwezigheid. Het was zwaar, hectisch en erg veeleisend omdat alle kerken en leiders naar hem opkeken voor leiderschap en begeleiding.

Zoals jullie wellicht weten, zijn we in Augustus naar Tamale verhuisd om onze jongens beter onderwijs te kunnen geven maar ook omdat Joke in Tamale het werk van ‘Literacy and Development through Partnership’ beter kan ondersteunen. Er was toch wel enige zorg over hoe het werk dat gestart was in het gebied van Yendi zich voort zou zetten en wie de verantwoordelijkheden van Abukari op zich zou nemen. Is er een toekomst voor het werk dat jaren geleden gestart is? Het goede nieuws is dat God Abukari heeft geholpen om alles wat hij geleerd heeft over te dragen aan anderen. Daarnaast gaf God hem zeven broeders die hebben laten zien dat ze de kwaliteiten hebben en ook bereid zijn om het Goede Nieuws aan anderen over te dragen; om fakkeldragers te zijn. Abukari noemt deze trouwe broeders de padvinders van het gelooof. We bidden dat net als God hem geholpen heeft om door te geven wat hij geleerd heeft, zij op hun beurt ook in staat zullen zijn om anderen te onderwijzen (2 Tim. 2:2).
 

In januari van dit jaar, tijdens de jaarlijkse conferentie van BCA werden drie van de kerkleiders van het Yendi District officieel erkend als dominee. Dit brengt het aantal dominees in het Yendi district nu op zeven die een certificaat hebben en officieel beëdigd zijn in het ambt. Wat is het een vreugde om te zien dat er binnen God’s Koninkrijk geen ruimte is voor lone-rangers, maar dat we geroepen worden om anderen toe te rusten en hen zo voor te bereiden om God’s kinderen te dienen zodat God’s lichaam wordt opgebouwd (Eph. 4:11-14).

De beedigde dominees van het Yendi District

Wij zijn naar een andere plaats verhuisd en dragen de visie nu over in een ander gebied, op andere manieren wellicht en aan andere mensen maar met dezelfde passie. Ondersteun ons in gebed voor het team in Yendi als zij leiding geven aan de vele gelovigen daar, dat zij hen zullen helpen te groeien in hun geloof, dat ze vrucht zullen dragen en dat God’s Koninkrijk zich zal uitbreiden.

Een van de dominees, Paul met zijn vrouw.
Paul is naast dat hij zelf een kerk leidt, ook intensief betrokken bij het werk
onder de kinderen van de kerken in het Yendi gebied.

Dominee Azindow links, Abukari rechts en de kerkleider van DC Kura in het midden.
Dominee Azindow is Abukari’s rechterhand en hij zal de positie
van District Dominee van Abukari overnemen

maandag 19 november 2012

Leven in de Stad Tamale

Over de afgelopen jaren hebben we het er vaak over gehad – een verhuizing naar Tamale en nu is het dan werkelijkheid geworden. In Augustus verhuisden we naar grote stad. Het was niet een gemakkelijke beslissing. Meer dan 14 jaar hebben we beide in ons werk onze aandacht vooral gericht op de dorpen rondom Yendi. We zijn gaan houden van de mensen, van de rust van het leven in een dorp, het landschap, de loslopende dieren, etc. Toch konden we de beslissing van de verhuizing niet langer uitstellen. Samuel (7) en Micah (5) gaan nu allebei naar de basisschool. Het onderwijs dat Yendi te bieden heeft is beperkt in keuze en kwaliteit al moeten we zeggen dat de school in Yendi, die ze de laatste paar jaar bezochten met de beperkte middelen die ze had, geweldig werk deed en zich enorm voor de kinderen inzette. Toch waren onze wensen wat anders en vonden we het belangrijk om dan nu toch eindelijk de stap te wagen zodat we wat school betreft voor de kinderen een betere keuze konden maken. Maar er waren nog andere redenen. Het alfabetiseringswerk waar Joke bij betrokken is, wordt op dit moment vooral aangestuurd vanuit Tamale. Om het management te kunnen ondersteunen en adviseren is het voor Joke om effectief te kunnen werken, beter om fysiek op kantoor in Tamale aanwezig te zijn. Abukari verdeelde zijn tijd al tussen Tamale en Yendi. De begeleiding van de kerken in Yendi is nu voornamelijk in de handen van Ps. Azindow. Abukari bezoekt het gebied nog regelmatig en ondersteunt en adviseert Azindow bij zijn werk. Omdat we nu in Tamale wonen, heeft Abukari meer tijd om op het kantoor van Call of Hope te werken en het werk wat de organisatie doet om de Dagomba mensen met het evangelie te bereiken, te intensiveren en uit te breiden. Voor ons allemaal dus een serie veranderingen en het is best even wennen.

Samuel en Micah klaar om naar school te gaan

Yendi is een relatief kleine plaats. Iedereen kent iedereen en afgezien van fietsers en brommers is er nagegenoeg geen verkeer, je hebt nooit problemen met parkeren en kunt rustig even snel voor een boodschapje naar het centrum rijden. Veel mensen werken op het land, het leven is gemoedelijk en er is altijd wel tijd voor een praatje. Je hoeft je huisdeur niet op slot te doen als je even weggaat en als je ergens je auto parkeert, houdt de dichtsbijzijnde winkeleigenaar hem wel voor je in de gaten mochten mensen er op uitzijn om iets van waarde uit de auto te stelen. Tamale in tegenstelling is een drukke stad wat verkeer betreft. Je staat nooit in lange files maar links en rechts wordt je continu ingehaald door brommers, motoren en fietsers. Iedereen probeert een plaatsje te veroveren op de weg en de verkeersregels zijn verre van duidelijk, kortom chaos. Dat levert soms gevaarlijke situaties op. Iedere ochtend begeven we ons op één van de drukste wegen van Tamale om de jongens naar school te brengen en vervolgens naar de verschillende kantoren waar we werken.

Op de drukke weg naar school

Met een lening en giften hebben we over een periode van 10 jaar ons eigen huis in Tamale kunnen bouwen. Dat lijkt heel lang maar in Ghana is dat heel gebruikelijk; iedere keer als je weer een beetje geld apart kunt zetten bouw je een stukje verder. Het is nu ook nog niet helemaal af maar zeer leefbaar en comfortabel. In tegenstelling tot Yendi hebben we hier een muur om ons huis gebouwd. Dit heeft zo z’n voordelen, we hebben over de jaren al flink wat bomen kunnen planten en plukken daar nu de eerste vruchten van, het geeft meer privacy (in Yendi liep iedereen over ons terrein) en het biedt een beetje meer bescherming. We wonen in een soort van nieuwbouwwijk. Er zijn in dit deel van Tamale veel stukken land verkocht maar heel veel mensen zijn nog niet begonnen met de bouw van hun huis. We hebben alleen achterburen en verder zijn er links en rechts van ons huizen in aanbouw, maar ja als die er net als ons ook tien jaar over doen……. Er zijn nog geen wegen naar ons huis aangelegd. Het was even spannend het afgelopen regenseizoen, of de weg al dan niet door het regenwater weggespoeld zou worden. De regens hielden lang aan maar gelukkig was de weg tot het laatst toe nog net begaanbaar. En nu maar hopen dat er wat aan de weg gedaan wordt voor het volgende regenseizoen begint.

De hoofdweg naar ons huis

Ook als is onze direkte omgeving veranderd, onze missie blijft hetzelfde. We blijven naar wegen zoeken om de liefde van God met de Dagomba mensen te delen. Tamale is een mix van verschillende taalgroepen maar het grootste deel van de mensen is Dagomba. Net als de Dagomba mensen in de dorpen, is ook de grote meerderheid van de Dagomba in Tamale Moslim. Samen met het leiderschap van de ‘Bible Church of Africa’ in Tamale, hebben we besloten om in het oostelijke deel van Tamale een kerk te starten. De kerk bevindt zich op het terrein van ‘Tahima Yili’ of ‘Huis van Hoop’. Dit huis is het eigendom van de kerk en dient als een thuis voor studenten net met het voortgezet onderwijs begonnen zijn en daarvoor uit afgelegen dorpen in Tamale zijn komen wonen. De meeste jongeren die in dit huis wonen zijn Christen maar komen uit Moslim families of families die een Traditioneel Geloof aanhangen. Het maakt het voor hen erg moeilijk om bij familieleden in Tamale te gaan wonen omdat ze door hen veelal niet geaccepteerd worden tenzij ze hun geloof in Jezus de rug toe keren. Dit was de één van de redenen waarom we dit huis gestart zijn (zie ook: www.stichtingverrekijker.nl). Op dit moment is het grootste dee lvan de kerk dus student. Abukari heeft de leiding van de kerk op zich genomen en preekt meestal, daarnaast leidt hij de zondagsschool (voor de dienst is er een Bijbelstudie) in het Dagbani en ook nog een wekelijkse Bijbelstudie op woensdagavond. Joke geeft leiding aan de Engels zondagsschool en een zondagsschool voor de kinderen tijdens de preek. We vinden het allebei fijn om onze tijd en gaven in deze jonge generatie Christenen te investeren. We zijn erg enthousiast over deze nieuwe kerk. Het is ons gebed dat de kerk in de loop van de tijd ook meer Dagomba mensen zal mogen verwelkomen en dat ze Jezus zulllen aannemen als hun persoonlijke verlosser.

Bijbelstudie (zondagsschool) voorafgaand aan de dienst

Dansen tijdens de kerkdienst

Wat feiten over Tamale:
Tamale is the hoofdstad van de Noordelijke provincie van Ghana (één van de armste provincies in het land). De stad telt zo’n 350,000 inwoners, het grootste deel bestaat uit de Dagomba, het groeipercentage is 3.5%. Tamale is de op drie na grootste stad van Ghana en heeft een oppervlakte van c.a. 922 km². Tamale is naar zeggen één van de snelst groeiende steden in West Afrika. Economische activiteiten in de stad zijn voornamelijk gericht op handel en landbouw. De stad trekt veel mensen uit de gehele noordelijke provincie aan.

Meer dan honderd ‘Non Gouvernmentele Organisaties’ (NGOs) hebben zich in Tamale gevestigd. Tamale wordt daarom ook wel het ‘Hoofdkwartier van NGO’s’ in Ghana genoemd. Tamale wordt ook beschouwd als het onderwijscentrum van Noord Ghana. Op dit moment zijn er meer dan 742 openbare en particuliere basisscholen in de stad. Daarnaast zijn er 68 ‘Junior High Schools’ en 11 ‘Senior High Schools’, vakscholen, 2 lerarenopleidingen, verscheidene opleidingen tot beroepen in de basiszorg/verpleging en 2 universiteiten: ‘University of Development Studies’ en ‘Islamic Technical University College’. Er zijn met name onder de leerlingen van de ‘Junior High School’ veel vroegtijdig schoolverlaters. Ook is het analfabetisme in de stad nog erg groot.

Het centrum van Tamale

Een van de grote moskeeen in Tamale

woensdag 21 maart 2012

Laat de moed niet zakken!

We zijn een weekje in Tamale en bezoeken daarom op zondag een BCA kerkje in een dorp bij Tamale. Abukari preekt uit Hebreeën 10:32-36, ‘Vergeet nooit die heerlijke tijd toen u Christus pas had leren kennen. Al had u het zwaar te verduren, u liet de Here niet los. Nu eens werd u uitgelachen en geslagen, dan weer waren anderen het slachtoffer en leefde u intens met hen mee. Als er mensen gevangen werden gezet, had u net zoveel verdriet als zij. Als uw bezittingen werden afgenomen, bleef u opgewekt. U wist dat u iets beters had, wat nooit meer kon worden afgenomen. Laat de moed niet zakken, want als u de Here trouw blijft, krijgt u een grote beloning. U moet volhouden om de wil van God te doen. Als u dat doet, krijgt u wat Hij heeft beloofd.'

Samenkomst in kerk

Het is altijd zo opmerkelijk in deze wat kleinere dorpskerken hoe de mensen tijdens een preek reageren. Soms vinden er korte dialogen tussen Abukari en de luisteraars plaats en soms staan de mensen na de preek spontaan op om hun getuigenis te geven. Zo ook vandaag.

Na de preek staat een vrouw op en zegt: ‘Dominee, deze preek was echt voor mij bedoeld. Toen ik tot geloof kwam, zei de broer bij wie ik op dat moment in huis woonde: “Als je je geloof in Jezus niet opgeeft, mag je mijn huis nooit meer binnenkomen.” Het was moeilijk maar ik wist dat ik iets beters had. Ik verliet zijn huis en tot op heden ben ik nooit meer naar hem teruggekeerd. Ook andere broers probeerden mij te overtuigen om geen Christen te blijven. Ze zeiden: “Als je Jezus blijft volgen, zullen we nooit meer in stap in je huis zetten.” Opnieuw kon ik niets anders zeggen dan dat ik iets beters had dan zij mij ooit konden geven en tot op heden hebben mijn broers me nooit meer opgezocht. Het is soms moeilijk en pijnlijk maar ik geef niet op!’

Twee oude vrouwtjes die samen naar de kerk kwamen en ook samen op een bankje zitten, voegen hun stemmen bij. Één van hen is blind, de andere slecht ter been. De blinde vrouw zegt: ‘Toen we vanochtend samen naar de kerk liepen, werd er om ons gelachen. “Ach, wat moeten jullie toch in die kerk van jullie. Kijk toch eens hoeveel moeite het jullie kost om de kerk te bereiken (De kerk wordt gehouden in een schoolgebouw een eindje buiten het dorp). Heeft Jezus jullie beter gemaakt? Je bent nog steeds blind!” Dan zeg ik, “Jezus geeft me zicht, Hij leent mij zijn ogen.” ’ Het andere vrouwtje valt haar bij. Om het klaslokaal waar de kerk gehouden wordt te bereiken, moet ze een flinke stap maken. Ze zegt, “Jezus is mijn ladder.”

Een ander lid van de kerk, Alhassan, deelt zijn ervaring. Een paar weken gelden bezocht hij een begrafenis waar veel van zijn familieleden aanwezig waren. Ze beschudligden Alhassan ervan dat hij nu ook zijn broers aan het ‘bederven’ is omdat sommigen van hen besloten hebben ook Jezus te volgen. Dat Alhassan Christen geworden is is één ding maar dat hij er nu nog meer familieleden bij betrekt is niet acceptabel. Hoe kunnen ze accepteren dat de andere broers ook slechte mensen worden? Alhassan legt aan hen uit dat hun broers juist betere mensen zullen worden omdat God hen van binnen zal veranderen en mooi zal maken. Zo begint een verhitte discussie. Terwijl ze aan het praten zijn, komen een paar jonge meisjes naar de begrafenis. Alhassan en zijn familieleden zien dat deze meisjes anders zijn; ze gedragen zich anders en zien er anders uit. De meisjes wekken hun nieuwsgierigheid en Alhassan’s familieleden roepen ze bij zich. Ze vragen, ‘Jullie zien er zo anders uit dan de andere meisjes hier, hoe kan dat?' De meisjes antwoorden, ‘We aanbidden niet langer onze traditionele goden maar we zijn Christen geworden.’ Alhassan heeft het argument ‘gewonnen’ maar de druk van de familie blijft.

Adisa deelt ook met ons wat pas geleden gebeurd is. Ze woonde ook een begrafenis bij. Met andere vrouwen sliep ze tijdens die begrafenis in een huis dat naast een Moskee gebouwd is. Vroeg in de morgen wekte het hoofd van de familie alle mensen in het huis om naar de Moskee te komen om te bidden. Adisa bleef liggen, alle andere vrouwen gingen naar de Moskee. Toen de vrouwen terugkwamen vroegen ze haar: ‘je hebt niet gebeden, ga je niet bidden?’ Adisa antwoordde: ‘Ik heb al gebeden.’ De vrouwen begrepen haar antwoord niet goed maar vroegen niet verder. Later in de ochtend gingen de vrouwen samen water halen. Ze liepen langs één van onze nieuwe kerkgebouwen. De vrouwen zeiden, ‘Wat een prachtig gebouw.’ Adisa reageerde, ‘Daar bid ik.’ De vrouwen keken haar verbaasd aan en zeiden, ‘Dus je bent een Christen!’ Ineens begrepen ze het. Sindsdien spraken de vrouwen niet meer met Adisa en lieten haar links liggen.

Onderweg naar de moskee

Moskee

De laatste die wat wil zeggen is Mba Mohammed. Hij is vele jaren geleden Christen geworden door iemand die vol ijver voor God was en heel actief in de kerk. Door zijn enthousiasme kwamen velen tot geloof. Maar na een tijdje zei de man het volgende tegen Mba Mohammed: ‘Ik stop met dat “ding” van jou.’ Mba Mohammed reageerde: ‘Wat bedoel je met “jouw ding”, is het niet van ons allemaal en ben jij er ook geen deel van?’ De man antwoordde: ‘Ik dacht dat ik door Christen te worden, rijk zou worden maar omdat dat niet gebeurd is, geef ik op.’  De man die zovelen naar Jezus geleid had, had zelf nooit begrepen wat dat ‘iets beters had, wat nooit meer kan worden afgenomen’ echt betekende. Mba Mohammed is trouw gebleven en is nu een leider in de kerk.

Geweldig bemoedigend om deze getuigenissen te horen. Mensen die ondanks de tegenstand die hen geboden wordt, vasthouden aan God’s belofte en ervan verzekerd zijn dat ze ‘iets beters’ hebben. En jij dan? Soms denken we allemaal dat het zo vanzelfsprekend is; wie we zijn (onze identiteit in Christus) en wat we hebben (onze bezittingen in Christus). Als kinderen van God ligt onze zekerheid in de eeuwige liefde van Jezus. Onze bescherming is zo groot dat, ‘niets in de hele schepping ons kan scheiden van Gods liefde.’

Misschien een idee voor de kerk in Nederland om na de preek mensen de ruimte te geven te vertellen hoe de preek hen geraakt heeft. Een bemoediging voor iedereen!

donderdag 1 maart 2012

Peper in de Collectezak!

De Dagomba zijn over het algemeen een gastvrij volk met zorg voor elkaar. De meesten hebben niet veel te besteden maar als er bijvoorbeeld een begrafenis gevierd wordt, dragen velen bij om alle bezoekers die op zo’n moment naar een bepaald dorp reizen, te voeden. En dat niet voor één dag maar voor meerdere dagen! Ook in geval van ziekte, zijn de Dagomba mensen bereid bij te dragen aan eventuele kosten voor medicijnen of ziekenhuisopname. Het zou oneerlijk zijn om als iemand in nood zit, net te doen alsof je geen middelen hebt om die persoon te helpen.

Een tijdje geleden overhoorde ik een converstatie tussen één van onze kerkleden en een bezoeker uit Amerika. De bezoeker vroeg hoeveel zakken mais een gezin per jaar nodig heeft om van te leven. Het lid van de kerk antwoordde, ‘Ooh, dat weten we niet, we tellen niet hoeveel zakken mais we per jaar nodig hebben. Als er aan het eind van het seizoen nog mais over is, dan verkopen we dat.’

Verkoop van yam zo dat men weer wat geld omhanden heeft

In Dagbon is niet alleen het gezin (vader, moeder, kinderen) belangrijk, maar ook de uitgebreidere familie, en die kan heel groot zijn. Het kan niet zo zijn dat jij als gezin nog te eten hebt, en andere familieleden honger lijden. Je kunt geen claim leggen; ‘dit is alleen voor ons.’ En daardoor is het ook moeilijk te berekenen hoeveel eten je per jaar nodig hebt, wat dat hangt voor een deel af van de rest van de familie en de evenementen die er in een jaar zijn waaraan ook jij verwacht wordt je steentje bij te dragen. Deze manier van leven biedt een stukje sociale zekerheid aan mensen. Aan de andere kant legt het vaak ook grote druk op gezinnen. Soms zijn er hele families afhankelijk van twee of drie mensen die tijdens het regenseizoen keihard werken om vele monden te voeden. En dat is dan in een aantal gevallen niet omdat die anderen niet kunnen werken, maar omdat ze lui zijn en profiteren van degenen die zich verantwoordelijk voelen voor de familie. Best wel gecompliceerd dus. Binnen kerken zien we een aantal mensen lijden omdat de rest van de familie zware druk op hen legt. Vaak adviseren we deze gezinnen om hun eigen huis te bouwen, een beetje verder van de familie vandaan waardoor ze niet dagelijks de rest van de familie hoeven te voeden en het de andere familieleden ook verantwoordelijk maakt om zelf te werken om aan voedsel te komen. Hierin zien we ook de wijsheid van God die zegt, ‘Dit verklaart waarom een man zijn vader en moeder verlaat, zich bij zijn vrouw voegt en werkelijk één met haar wordt.’

Veel mensen investeren in koeien als een vorm van sparen. De Fulani mensen zorgen, tegen een kleine vergoeding, voor de koeien van verschillende eigenaren

In tegenstelling tot bijdragen aan evenementen binnen de familie of dorpen, vinden veel mensen het moeilijk om bij te dragen aan de kerk – of dat nu een collecte is of het geven van tienden, het vergt veel overtuigingskracht om de mensen daartoe te brengen. Één van de redenen is waarschijnlijk omdat mensen het idee hebben dat je geld moet geven als bijdrage. De meeste mensen zitten slecht bij kas maar hebben wel vaak een voorraad eten opgeslagen of geiten of kippen rondlopen. Dit wordt in kleine delen verkocht als men geld nodig heeft.Tijdens een kerkdienst in een klein afgelegen dorp een aantal weken geleden boden twee vrouwen een deel van hun oogst aan als bijdrage aan de kerk. Een prachtige en ook nog Bijbelse manier van geven. Ze brachten een grote schaal met gedroogde peper en okro die de kerk kan verkopen en de opbrengst voor het werk van de kerk gebruiken.

De contributie van de vrouwen - gedroogde okro en peper

Gedroogde okro en peper

Daarnaast is onderwijs over ‘geven’ ook belangrijk. Waarom geven we aan God? Afgelopen zondag hadden we hier een discussie over met een kleine kerkgemeenschap. Tijdens de dienst realiseerden we ons dat er helemaal niet gecollecteerd werd. Abukari sneed het onderwerp aan. De leider van de kerk ondersteunde hem. Als we niet geven, kan God ons ook niet in het geven zegenen. Één van de vrouwen maakte een opmerking. Ze zei: ‘Na de oogsttijd hebben we altijd ontzettend veel voedsel in onze huizen opgeslagen en lijken we zo rijk te zijn. Maar dan na verloop van tijd is alles op en ik begrijp niet hoe dat kan, we hadden toch zoveel? En als dan alles op is, en ik bijna niet genoeg hebt om mijn gezin te voeden en het schoolgeld van mijn kinderen te betalen dan is het zo moeilijk om aan God te geven. Zal Hij ons daar echt in willen zegenen?’ God belooft in Maleachi 3:10, ‘ “Breng het hele tiende deel naar de voorraadkamer, zodat er voldoende voedsel zal zijn in mijn tempel. Probeer het toch eens”, moedigt de Here van de hemelse legers aan, “dan zult u zien dat Ik de vensters van de hemelen zal openen en een stroom van zegen over u zal uitstorten.” ’ We kunnen niet meer geven dan God gegeven, die voor onze redding Zijn enig geboren Zoon gaf. Bid met Abukari als hij de komende periode de meer dan twintig lokale kerken zal onderwijzen in het ‘Bijbels geven.’

woensdag 15 februari 2012

Op zoek naar het verdwaalde schaap

“Als u nu eens honderd schapen had en één ervan raakte verdwaald, wat zou u dan doen? Het zoeken! Net zolang tot u het vond. De andere 99 zou u gewoon laten grazen... Zo is ook in de hemel meer blijdschap over één zondaar die bij God terugkomt dan over 99 anderen die niet verdwaald waren.” (Lukas 15:1-7) 

Het is een gewone zondagochtend. Normaal gesproken preekt Abukari of is hi j betrokken bij de leiding van een dienst maar deze zondag is anders. Abukari was op zoek naar Amina in de lokale huizen van het dorp Sambu terwijl Joke en de jongens de diesnt bijwoonden.

Amina is bijna veertig jaar, ze is getrouwd met Sulemana en samen hebben ze zeven kinderen. Zowel Sulemana als Amina komen uit toegewijde Moslim families. Maar in 1997 kwam Sulemana tot geloof en liet hij zijn Islamitisch geloof achter zich. Sinds die tijd hebben we voor Amina gebeden en het Evangelie met haar gedeeld maar nooit gaf ze ze zich over aan de redding die Jezus biedt. Vorige week waren er vrienden uit Amerika op bezoek die het dorp van Amina opzochten en opnieuw het Evangelie met haar deelden. Als een chauffeur die zijn verloren sleutels vindt, opende Amina haar hart voor God en nam ze Jezus als haar Heer en Redder aan.

Sulemana en Amina

Op bezoek bij Sulemana en Amina

Er was grote blijdschap bij de gelovigen in Sambu en uiteraard bij haar man, Sulemana die veertien jaar voor haar gebeden had. Toch hadden Sulemana en de paar gelovigen geen idee wat hen en Amina nog te wachten stond. De buren en vrienden zweerden samen en één voor één beledigden en intimideerden ze haar. Voordat de eerste zondag aanbrak waarop Amina openlijk naar de kerk zou gaan, waren de buren en vrienden er in geslaagd haar te ontmoedigen en hadden haar zover gekregen haar nieuwe geloof te herroepen. Terwijl de kerk samenkwam en iedereen hoopte Amina in hun midden welkom te heten, had een vriendin van Amina haar naar het huis van de Moslim leider (Imam) in het dorp gesmokkeld waar ze haar verstopte zodat ze die ochtend niet naar de kerk zou kunnen gaan. Nadat we tevergeefs op Amina’s komst naar de kerk wachtten, gingen Abukari en Sulemana op zoek naar Amina in het dorp. Uiteindelijk liet iemand doorschemeren dat ze in het huis van de Imam was. Toen de mensen Abukari hoorden aankomen, deden ze gauw de deur op slot van de kamer waarin Amina verstopt was maar gelukkig verraadden haar sandalen haar die nog voor de deur van de kamer lagen. Om een confrontatie met de Moslims uit de weg te gaan, besloten Abukari en Sulemana haar daar te laten.

De volgende dag, keerde Abukari terug naar Sambu om samen met de lokale dominee Amina op te zoeken. Na een intensief gesprek zei Amina het volgende, “De angst voor de mij nog onbekende toekomst en de zware druk van mijn vrienden en buren was teveel voor me. Maar om jullie vasthoudendheid wil ik toch bij Jezus blijven.” Sinds die tijd bezoekt Amina de kerk. Wat een blijdschap dat God’s genade van een tweede kans ook Amina bereikte en dat wij daar deelgenoot van mochten zijn. We willen jullie vragen voor Amina te bidden, dat God haar de kracht zal geven om sterk, vasthoudend en geduldig te zijn. Maar dat ze bovenal de blijdschap van God mag ervaren.

Misschien wonen of werken jullie ook in een gebied waar God niet erkend wordt, mensen neerkijken op je geloof, mensen goddeloosheid aanmoedigen en waar resultaten van evangelisatie niet massaal zijn maar maar mondjesmaat binnenkomen. Wees niet ontmoedigd, ons getuigenis van Christus IS licht in een donkere wereld.

Net nu we deze blog schrijven, krijgen we bericht binnen dat de 9 jaar oude dochter van de lokale dominee van Sambu heel plotseling is overleden. Bid voor deze dominee en zijn gezin, voor troost en kracht in een heel moeilijke tijd.

vrijdag 20 januari 2012

Kerst in Yendi

Hoewel kerst alweer meer dan drie weken achter ons ligt, komen hier de kerstkaarten nog altijd binnen! En om ze nu al direkt bij het oud papier te doen, vinden we erg jammer dus we hangen ze nog op en zo zitten we nog een heel klein beetje in de kerstsfeer.

We krijgen regelmatig de vraag hoe wij nu kerst vieren. Omdat we in een gebied wonen waarin het percentage Christenen laag is, merk je er niet zo heel veel van dat het kerst is. Mensen die geen Christen zijn, vieren geen kerst, en dat is dus de grote meerderheid (zo'n 95%). Binnen de kerken wordt het heel verschillend gevierd. Sommige kerken maken er een groot feest van, anderen vieren het wat minder uitbundig. Er is hier - vooral in het noorden van Ghana - geen lange aanloop naar kerst en al helemaal geen commerciele. Om de kinderen er toch een beetje op voor te bereiden, hebben we als gezin de vier weken van advent gevierd.

Het kerkgebouw van Jagando

De zondag van kerst bezochten we een kerk in een nogal afgelegen dorp. Terwijl Abukari buiten preekte, nam ik de kinderen mee naar binnen (ook hier is het kerkgebouw te klein voor de hele gemeente) om met ze over kerst te praten. Ik had de adventskaarsen meegebrachte en we spraken erover hoe Jezus, hoop, vrede, blijdschap, liefde en licht naar deze wereld brengt. We hadden voor de kinderen koekjes en snoepjes meegenomen om het geheel een beetje feestelijk te maken. We deelden een deel van de koekjes en snoepjes uit. Op mijn suggestie om de rest uit te delen aan kinderen die buiten waren, zei de zondagsschoolleider het volgende: 'Als de kinderen die normaal gesproken niet naar de kerk komen, zien dat de kinderen die er wel waren, iets lekkers gekregen hebben, komen ze volgende week ook naar de zondagsschool in de hoop dat ze ook iets krijgen. Na een week of drie delen we dan de rest uit en zo hopen we nieuwe kinderen naar de zondagsschool te krijgen.'

De leden van de kerk in Jagando

Een paar kinderen van de kerk

Eenmaal weer thuis begon de actie in de keuken. Het is in onze omgeving de gewoonte dat als je een feestdag viert, je voedsel uitdeelt aan je vrienden en buren. We kookten een enorme pan met rijst en een tomatensaus met geit die we in kleine pannetjes aan een deel van onze buren uitdeelden.

Abukari met voorgangers van verschillende kerkgemeenschappen hier in Yendi ging naar de gevangenis om daar eten en bijbels uit te delen aan de gevangenen.

Voedsel en Bijbels voor de gevangenen

We delen voedsel in kleine pannetjes aan onze buren uit

Tegen de avond kookten we ons 'eigen' kerstdiner - weer een dit jaar - waar we met z'n allen van genoten.

Tweede kerstdag hadden we veel aanloop van mensen van de verschillende kerken uit de dorpen. Leiders en leden kwamen ons een fijn kerstfeest toewensen. We gaven hen wat te drinken en koekjes en cake om te eten. Tegen de avond ging hier de barbecue aan met heerlijk geite en kippevlees. En daarmee sloten we de kerstdagen af.

Kerstdiner met gezin

Tweede kerstdag barbecue

zaterdag 17 december 2011

Noden - Hoe kunnen we het beste helpen?

Regelmatig worden we door mensen om hulp gevraagd. Iedere week komen er wel mensen naar ons toe met bepaalde noden. Het is niet altijd makkelijk om de juiste afweging te maken; wel helpen, (nog) niet helpen? Soms zijn het mensen die we maar een paar keer per jaar tegenkomen en we geven ze dan hulp die binnen onze mogelijkheden ligt ook al weten we dat die hulp op die manier niet echt constructief is maar wel even de nood verzacht op zo'n moment. Soms is het geld, voedsel, het betalen van een rekening voor school of ziekenhuis, een bijdrage aan een begrafenis enz. Er zijn situaties zoals hieronder beschreven die wat extra aandacht nodig hebben. Het heeft geen zin om maar te blijven geven zonder dat we zoeken naar de oorzaak van het probleem.

"Het is nog vroeg in de ochtend, een klop op de deur. Een jongen van een jaar of 14 komt binnen. Hij komt uit een dorp zo'n 12 kilometer van Yendi en bezoekt daar een van onze kerken. Hij draagt een schooluniform. Ik heet hem welkom, geef hem wat water te drinken en vraag hem dan wat zijn missie is. Hij vertelt me dat hij naar een school voor voortgezet onderwijs in Yendi gaat en dat hij 10 Ghana cedis (ongeveer 5 euro) moet betalen als ouderbijdrage. Omdat zijn ouders deze bijdrage niet kunnen betalen, wordt hij regelmatig door de leerkrachten gestraft om op die manier druk uit te oefenen op de ouders.De jongen, Abdul, vertelt me dat zijn ouders gezegd hebben dat hij maar naar ons toe moest gaan, wij zullen hem wel helpen. Ik geef hem het geld maar ben niet echt gelukkig met de wijze waarop de ouders hem naar ons toesturen.

Een paar dagen later staat Abdul weer voor de deur. Deze keer heeft hij geen uniform aan. Hij groet me en vertelt me dan dat hij een nieuw uniform moet laten naaien maar dat zijn ouders daar geen geld voor hebben. Ik vraag hem naar het uniform dat hij een paar dagen geleden droeg. Hij vertelt me dat de leerkrachten zeggen dat dat uniform te oud is en dat hij het moet vervangen. Op dit moment halen veel mensen hun oogsten binnen. Ik vertel Abdul dat hij maar aan de leerkrachten moet vertellen dat zijn ouders momenteel geen geld hebben om een nieuw uniform voor hem te laten maken maar dat als de oogst binnen is en ze er wat van kunnen verkopen, hij een nieuw uniform krijgt. Toch kijkt Abdul nog niet echt gelukkig. Hij vertelt me dan dat hij elke dag van zijn dorp naar Yendi loopt, dat is 24 kilometer op een dag (!) en dat zijn ouders hem geen geld geven om tussen de middag wat eten te kopen. Ik weeg af - vertelt Abdul me nu echt de waarheid of zijn er andere problemen? Maar omdat ik niet wil dat iemand honger lijdt terwijl wij meer dan genoeg hebben, geef ik hem wat geld om voor de komende twee weken eten te kopen.


Studenten klaar om naar school te gaan - iedere school heeft zijn eigen uniform.

Een paar dagen later is Abdul er weer - het is nog vroeg in de ochtend en hij draagt zijn uniform. Abdul vertelt me dat de school gevraagd heeft om een bijdrage van 2 Ghana cedis voor het copieeren van de examens voor het eind van dit jaar. Ik weet dat dit gebruikelijk is en geef hem het geld omdat hij anders zijn examens niet kan schrijven.

Gisteren stond Abdul weer voor de deur. Hij is inmiddels naar een familielid verhuisd die in Yendi woont zodat hij niet iedere dag zo heel ver hoeft te lopen. Toch vraagt hij weer om geld om eten te kopen, hij moet nog vier dagen naar school voordat zijn kerstvakantie begint. Ik geef hem het geld maar vertel erbij dat dit zo eigenlijk niet verder kan gaan. Abukari en ik hebben het de laatste week er al een paar keer over gehad. Het wordt hoog tijd om eens met de ouders te gaan praten. Nemen zij wel hun verantwoordelijkheid? Hebben ze het financieel zo zwaar dat ze echt niet voor Abdul kunnen zorgen en hem zelfs niet aan lunch kunnen helpen iedere dag? Hij zit net in de eerste klas van het voortgezet onderwijs en heeft nog een lange weg te gaan, hoe ziet zijn toekomst er wat onderwijs betreft uit? En hoe zit het met de andere kinderen waar ze zorg voor dragen? We zullen Abdul's ouders binnenkort eens opzoeken."

dinsdag 1 november 2011

Armoede en rijkdom

"Gelukkig zijn de armen, want voor hen is het Koninkrijk van God. 
Maar pas op als u rijk bent! U bent er dan slecht aan toe! Want het geld is het enige geluk dat u ten deel valt.” 
(Lukas 6:20, 24)
 
Ook al zijn ze arm, een oude lekke voetbal
is altijd nog beter dan helemaal geen

We worden hier dagelijks geconfronteerd met mensen die arm zijn. Een confrontatie die niet altijd plezierig is. Het wijst ons onder andere op het feit dat we rijk zijn en dat we verantwoordelijk zijn om deze mensen in hun nood te helpen. Maar hoeveel delen we met ze? En is wat we delen voldoende? Kunnen we net doen of we het niet zien omdat er gewoon teveel arme mensen zijn en we ze beslist niet allemaal kunnen helpen?

We delen mais uit aan onze arme buren

In het kader van zijn studie (Masters in Theologie) deed Abukari onderzoek naar, ‘Op welke wijze kan Jezus’ reaktie op de armen in het Lukas Evangelie, een antwoord geven op de noden van de armen in Dagbon, Ghana?’ Als onderdeel van het onderzoek interviewde Abukari een aantal arme mensen in ons gebied. We willen graag een aantal van hun reakties met jullie delen om jullie een beetje beter te laten begrijpen wat het betekent om arm te zijn. Maar, we zullen het nooit volledig kunnen begrijpen zoals een arme man hier uitdrukte: ‘Armoede is als hitte; je kunt het niet zien, je kunt het alleen maar voelen; om te weten wat armoede is, moet je er zelf doorheen gaan.’ 

  • ‘Een arm persoon is afhankelijk van anderen en lijdt altijd. Alles wat hij doet, faalt. Hij is altijd ziek en klaagt altijd. Arme huishoudens leven voortdurend in crisis en er is geen blijdschap. Huishoudens reageren op zo’n crisis door de geesten te raadplegen om te weten te komen waarom ze arm zijn en de slechte geesten te verdrijven.’ 

  • ‘Een arme persoon heeft veel “als-en” in zijn leven omdat er voor een arm persoon niets zeker is. Een arm persoon kan geen plannen maken omdat hij altijd door omstandigheden geleid wordt. Hij is erg kwetsbaar.’ 

  • ‘Armoede betekent buitengesloten zijn. Armoede heeft macht over je. Zelfs als een rijke man leugens vertelt, wordt soms net gedaan alsof het waar is. Geld gebiedt respect, waardigheid en eer om wat geld kan doen. Geld ontkent karakter, het verbergt slechte zaken.’ 

Op weg naar het land
  •  'Een arm persoon gaat elke dag naar zijn land omdat alles wat hij nodig heeft van de opbrengst van zijn land moet komen. Als hij morgen iets wil kopen, moet hij vandaag naar het land gaan om wat van zijn gewassen te oogsten om te verkopen. Dan heeft hij wat geld om te kopen wat hij nodig heeft. Maar een persoon die niet arm is, kan thuis blijven en zijn problemen daar oplossen. Een arm persoon moet in de hete zon werken voor alles wat hij nodig heeft. De persoon met geld, hoeft zijn huis niet te verlaten. Ik ben arm maar heb het beter dan sommige anderen want ik heb een oude fiets en wat kleren om aan te trekken. Sommige mensen kunnen zich dat zelfs niet veroorloven. Als ik op een dag in staat ben om mijn oude fiets te vervangen met een nieuwere dan weten de mensen dat het beter met me gaat. Maar een arm persoon denkt zelfs niet aan een nieuwe fiets of kleren omdat hij weet dat hij beperkt is in zijn mogelijkheden. Hij durft zo’n droom niet te dromen.' 

Blij met tweedehands kleding

  • ‘Een arm persoon heeft geen vrienden of zoals een spreekwoord in Dagbani het zegt, “De arme man heeft geen geliefde.” Wat een arm persoon ook wil, hij kan het niet krijgen. Er is geen eten, je kunt niet kiezen wat je wil eten of drinken en de kinderen zijn ondervoed.’ 

  • 'Er zijn verschillende dingen die ik had willen doen maar gebrek aan geld heeft deze ideeën gedood. Het heeft het licht uitgedaan. Ik kan niet doen wat ik wil doen. Soms voelt het alsof ik aan een ketting zit. Ik zie mogelijkheden of weet wat ik wil doen maar zodra ik een paar stappen doe wordt ik weer op mijn knieën getrokken en kom niet meer vooruit.’ 

Het geitenproject helpt arme mensen hun kinderen naar school te sturen

In het Evangelie van Lukas, reageert Jezus op de situatie van de armen op verschillende manieren. Hij daagt de mensen en hun waarden en normen ten aanzien van bezit en status uit. Hij onderschreef de toenmalige orde tussen de rijken en armen niet maar zag het lijden van de armen als een gevolg van onrechtvaardigheid en de noodzaak om deze te hervormen. En hoe zit dat vandaag de dag met onze maatschappij? Welke mensen worden buitengesloten? Jezus riep de mensen op om volgens de leefregels van het Koninkrijk van God te leven en zo de onrechtvaardigheid in de maatschappij te aan te pakken. We willen jullie uitdagen om het Evangelie van Lukas (weer eens) te lezen en te zien hoe Jezus zowel de rijken als de armen aanspreekt. Ontdek hoe Jezus de waardigheid en eigenwaarde van de armen herstelt en hen nieuw inzicht verschaft in de waarden en normen van God’s Koninkrijk. Lees hoe hij de rijken oproept zicht te indentificeren met de waarden en normen van God’s Koninkrijk en te beginnen met het proces om een keer te brengen in de materiële en sociale situatie van de armen in het “hier en nu”. God’s Koninkrijk in zowel het leven van de armen als de rijken moet het heden hervormen. Welke rol hebben wij? Iets om over na te denken?!

Weinig kleding om te dragen maar wel heel veel plezier

Mensen drogen hun oogst zodat ze in het droge seizoen ook nog te eten hebben

woensdag 21 september 2011

God’s plan op God’s tijd

Op 10 september bezochten we de kerk in Worivi. Worivi is een afgelegen Dagomba dorp met een kleine kerkgemeenschap. Het leiderschap van deze kerk heeft met vallen en opstaan de kerk over de afgelopen jaren geleid maar gelukkig volhard! Een paar teamleden van Videre gaan met ons mee. Als we uit de auto stappen worden we al snel omringd door een grote kinderschare want een auto vol blanke mensen is niet zo’n gebruikelijk fenomeen in Worivi. Na een tijdje verzamelen de leden van de kerk zich en worden bankjes en stoelen uit de huizen gehaald om iedereen een plekje te geven. Buiten voor het raam van de kerk staan twee tieners – Abukari roept ze naar binnen.

Het dorp Worivi

De dienst begint. Nadat we gezongen hebben, bidden we voor noden van de kerk en haar leden. Er zijn een aantal mensen ziek waar speciaal gebed voor gevraagd wordt. Nog steeds komen een aantal mensen naar binnen. De leider van de kerk vertelt ons dat een paar mensen uit het dorp gehoord hebben dat we hier zijn en dat ze graag willen dat we voor hen bidden. Het zijn moslims die normaal gesproken de kerk nooit bezoeken. Een man met een opgezwollen hand, een vrouw die al jaren getrouwd is maar geen kinderen heeft, een vader die met een ziek kind naar voren komt. We dragen hen aan God op, bidden voor genezing en dat God hun hart zal openen voor het evangelie.

Het kerkgebouw

Brian, één van de leden van het team van Videre preekt uit Johannes 4 over de ontmoeting tussen de Sameritaanse vrouw en Jezus; over het levende water.  Een verhaal wat nauw aansluit bij de mensen in de dorpen.  Nooit meer ‘dorst’ te hoeven lijden maar vervuld te zijn met Jezus zelf, eeuwig leven.

Na de dienst komen de twee tieners naar Abukari toe, één van hen, Adam, zegt dat hij zijn leven aan Jezus wil geven! Geweldig.  Abukari gaat een gesprek met ze aan maar veel mensen luisteren mee, ook een aantal Moslims. Een oude vrouw probeert ze te ontmoedigen – het is zo moeilijk om Christen te zijn in een omgeving waar de mensen tegestand zullen bieden.  Maar de jongen is standvastig. Abukari bidt met hem en zegt dat hij ze later deze week zal ontmoeten.

Afgelopen donderdag had Abukari een gesprek met Adam en ook met de andere tiener, Mareek. Adam vertelde dat hij al een paar keer bij de leider van de kerk in Worivi op bezoek geweest was om hem te vertellen dat hij Christen wilde worden maar iedere keer als hij zijn huis opzocht was de leider niet thuis. Afgelopen zondag was hij op zijn fiets onderweg naar Yendi toen hij zag dat onze auto richting Worivi reed. Hij besloot ons te volgen en terug te keren naar Worivi. Hij aarzelde om de kerk binnen te gaan, wat zouden de andere mensen zeggen? Maar toen Abukari hen naar binnen riep was het net of God zelf hen uitnodigde. Mareek, zei nu ook dat hij zijn hart aan Jezus wil geven. Het is geweldig hoe God op Zijn tijd, Zijn plan uitvoert en hoe velen daar een schakel in mogen zijn.

Abukari met Mareek (l) en Adam (r)

Afgelopen zondag waren we opnieuw in deze kerk. De jongens konden niet naar de kerk komen omdat Adam’s vader hen gezegd had te helpen met oogsten. Tegelijkertijd waren er Moslim predikers in het dorp om de mensen te waarschuwen en ze te ontmoedigen om vooral geen Christen te worden.

Bid voor deze twee jongens. Ze zullen veel tegenstand ondervinden van familie en vrienden.

Kerkdienst van afgelopen zondag